Financieel

Belasting over broodfonds

12 december 2022

Belasting over broodfonds

Een broodfonds is een particulier initiatief van zelfstandig ondernemers om bij langdurige ziekte elkaar financieel te ondersteunen. Over de vraag of een deelnemer aan een broodfonds belasting verschuldigd is, is meer duidelijkheid verstrekt.

Broodfonds
Grofweg werkt een broodfonds als volgt. De deelnemende ondernemer legt maandelijks een bedrag in. Daarnaast betaalt de deelnemer eenmalig inschrijfkosten en een maandelijkse contributie.

Als een ondernemer ziek wordt, krijgt deze – over het algemeen na een wachttijd van een maand – gedurende maximaal twee jaar schenkingen van de andere aangesloten ondernemers. Het bedrag van de schenking is afhankelijk van de maandelijkse inleg van de ondernemer.

Inkomstenbelasting box 1: uitkeringen uit en betalingen aan broodfonds
Als een ondernemer schenkingen uit een broodfonds ontvangt vanwege zijn ziekte, zijn deze volgens de Belastingdienst niet belast in box 1. De bedragen die de ondernemer maandelijks inlegt, zijn daarentegen ook niet aftrekbaar in box 1.

Inkomstenbelasting box 3: aandeel in broodfonds
Het aandeel van de ondernemer in het broodfonds moet volgens de Belastingdienst voor box 3 gewaardeerd worden op het saldo van de ingelegde bedragen, verminderd met de contributie en de gedane uitkeringen.

Tip!
Het recht op een ingegane uitkering, maar ook het recht op een niet-ingegane uitkering, heeft een waarde die eigenlijk in box 3 opgegeven zou moeten worden. Uit praktisch oogpunt geeft de Belastingdienst aan dat deze waarde op nihil kan worden gesteld. De waarde van een verplichting om uitkeringen te doen, wordt voor box 3 echter ook niet in aanmerking genomen.

Schenkbelasting
De Belastingdienst geeft aan dat bij deelname aan een broodfonds geen schenkbelasting verschuldigd is, omdat sprake is van een kansovereenkomst. De Belastingdienst merkt daarbij wel op dat bij afwijkende regels in een broodfonds de beoordeling mogelijk anders kan zijn.


Ook interessant

Financieel

Rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst bij uurtarief tot € 38

14 juli 2026

De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). Het rechtsvermoeden houdt in dat het vermoeden van een arbeidsovereenkomst wordt aangenomen voor iedereen die voor een ander arbeid verricht tegen een beloning van minder dan € 38 per uur.

Financieel

Definitief geen teruggaaf box 3 2017-2020 voor niet-bezwaarmakers

14 juli 2026

De Hoge Raad heeft op 25 juni 2026 uitgesproken dat niet-bezwaarmakers geen recht hebben op rechtsherstel box 3. Het gaat hier om het rechtsherstel voor de jaren 2017 tot en met 2020 van alle op 24 december 2021 (datum van het Kerstarrest) al onherroepelijk vaststaande aanslagen.

Financieel

Standaard betalingsregeling Belastingdienst voor particulieren

14 juli 2026

Met ingang van 1 juli 2026 hanteert de Belastingdienst in beginsel een standaard betalingsregeling voor particulieren die om uitstel van betaling vragen. Wat houdt dit in?