Financieel

Geen mondkapje, geen loon

18 januari 2021

Geen mondkapje, geen loon

De vraag of een werkgever een werknemer kan verplichten een mondkapje te dragen, kwam aan de orde in een kort geding bij de rechtbank in Utrecht. Het ging om een werknemer die werkzaam was als chauffeur voor een banketbakkerij.

Instructierecht
De werkgever had het dragen van een mondkapje verplicht gesteld voor al zijn personeelsleden in zijn bedrijfspanden en had zich daarbij beroepen op zijn instructierecht. Het instructierecht volgt uit de aard van het dienstverband en brengt de zeggenschap van de werkgever over de werknemer tot uitdrukking. Zo’n instructie kan in strijd zijn met grondrechten. De werknemer in kwestie weigerde in de bedrijfspanden het mondkapje te dragen.

Legitieme doelen
De kantonrechter oordeelt echter dat de verplichting tot het dragen van een mondkapje in de bedrijfspanden van de werkgever twee legitieme doelen dient.

  • Ten eerste is de werkgever wettelijk verplicht de individuele belangen van haar werknemers te beschermen door zorg te dragen voor een gezonde en veilige werkomgeving, waarin besmetting met het coronavirus voorkomen moet worden.
  • Ten tweede dient de werkgever zijn bedrijfsbelang te beschermen, omdat de werknemers bij ziekte of quarantaine hun loon doorbetaald moeten krijgen. Het dragen van een mondkapje kan hierbij helpen. Een dergelijke maatregel kan bovendien alleen effectief zijn als iedereen zich eraan houdt.

Geen persoonlijke beperkingen
Tevens geldt in deze zaak dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer beperkt is, omdat de chauffeur het mondkapje in het transportbusje niet op hoeft te doen, slechts alleen als hij aanwezig is in een van de bedrijfspanden. Er is overigens ook niet gebleken dat er medische of psychologische beperkingen bij de werknemer waren op grond waarvan hij het mondkapje niet zou kunnen dragen.

Maatregelen
Tot het moment dat de werknemer wel bereid is het mondkapje te dragen, mag de werkgever het loon opschorten en hem de toegang tot het werk ontzeggen.


Ook interessant

Financieel

Rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst bij uurtarief tot € 38

14 juli 2026

De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). Het rechtsvermoeden houdt in dat het vermoeden van een arbeidsovereenkomst wordt aangenomen voor iedereen die voor een ander arbeid verricht tegen een beloning van minder dan € 38 per uur.

Financieel

Definitief geen teruggaaf box 3 2017-2020 voor niet-bezwaarmakers

14 juli 2026

De Hoge Raad heeft op 25 juni 2026 uitgesproken dat niet-bezwaarmakers geen recht hebben op rechtsherstel box 3. Het gaat hier om het rechtsherstel voor de jaren 2017 tot en met 2020 van alle op 24 december 2021 (datum van het Kerstarrest) al onherroepelijk vaststaande aanslagen.

Financieel

Standaard betalingsregeling Belastingdienst voor particulieren

14 juli 2026

Met ingang van 1 juli 2026 hanteert de Belastingdienst in beginsel een standaard betalingsregeling voor particulieren die om uitstel van betaling vragen. Wat houdt dit in?