Financieel

Goed samenwerken is onbetaalbaar, soms letterlijk!

16 oktober 2024

Er wordt veel gesproken over schijnzelfstandigheid. Dit betekent dat iemand zich voordoet als zelfstandig ondernemer, terwijl de Belastingdienst vindt dat er eigenlijk sprake is van een dienstverband met de opdrachtgever(s). Dit geldt vooral voor mensen die als zzp’er werken of als manager met een managementovereenkomst. De Belastingdienst heeft de afgelopen jaren weinig opgetreden tegen schijnzelfstandigheid, maar vanaf 1 januari 2025 gaat dit veranderen. Bovendien veranderen vanaf 1 januari 2026 de criteria waaraan wordt getoetst of iemand wel of niet in loondienst is. Het is dan niet meer genoeg om bijvoorbeeld drie opdrachtgevers te hebben of je eigen laptop te gebruiken om als zelfstandige te worden gezien.

Er wordt een nieuwe WZOP-toets ingevoerd:

  1. Werknemer (W): Dit element richt zich op aanwijzingen van werknemerschap, zoals inhoudelijke en organisatorische aansturing door de opdrachtgever.
  2. Zelfstandige (Z): Hierbij wordt gekeken naar kenmerken van zelfstandig ondernemerschap, zoals het dragen van risico en verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de werkzaamheden.
  3. Ondernemerschap (OP): Dit element kijkt naar kenmerken van ondernemerschap, zoals het hebben van meerdere opdrachtgevers en het zelfstandig werven van opdrachten. In het nieuwe wetsvoorstel wordt ondernemerschap pas meegenomen nadat de balans tussen werknemerschap (W) en zelfstandigheid (Z) is beoordeeld.
  4. Het wetsvoorstel introduceert ook een rechtsvermoeden van werknemerschap voor zzp’ers die minder dan € 32,25 per uur verdienen. In dat geval kan de zzp’er stellen dat hij een werknemer is en moet de opdrachtgever bewijzen dat er geen dienstverband is.

Zowel de zzp’er/manager als de onderneming die hun diensten gebruikt, loopt het risico op naheffingen en boetes als de samenwerking wordt gezien als een dienstbetrekking. De zzp’er heeft dan onterecht gebruik gemaakt van fiscale voordelen voor ondernemers, die worden teruggenomen. De opdrachtgever kan verrast worden met naheffingen voor omzetbelasting, loonheffingen, sociale premies, pensioenpremies en boetes. Bovendien heeft de persoon die plotseling als werknemer wordt gezien alle rechten van een werknemer, zoals doorbetaling bij ziekte, vakantiedagen, pensioenrechten en ontslagbescherming.

Het gebruik van een modelovereenkomst van de Belastingdienst biedt niet altijd een oplossing. Dit komt omdat niet de inhoud van de overeenkomst bepalend is, maar hoe de samenwerking in de praktijk wordt ingevuld. Als iemand bijvoorbeeld regelmatig deelneemt aan teamoverleg en dezelfde taken als werknemers uitvoert, kan dat een reden zijn om de samenwerking als een dienstbetrekking te zien.
Wat dan wel goed gaat? Hier hebben we geen antwoord dat op alle situaties van toepassing is. We helpen u echter graag om een stevig fundament te leggen voor een fiscaal succesvolle samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.


Ook interessant

Financieel

Rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst bij uurtarief tot € 38

14 juli 2026

De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). Het rechtsvermoeden houdt in dat het vermoeden van een arbeidsovereenkomst wordt aangenomen voor iedereen die voor een ander arbeid verricht tegen een beloning van minder dan € 38 per uur.

Financieel

Definitief geen teruggaaf box 3 2017-2020 voor niet-bezwaarmakers

14 juli 2026

De Hoge Raad heeft op 25 juni 2026 uitgesproken dat niet-bezwaarmakers geen recht hebben op rechtsherstel box 3. Het gaat hier om het rechtsherstel voor de jaren 2017 tot en met 2020 van alle op 24 december 2021 (datum van het Kerstarrest) al onherroepelijk vaststaande aanslagen.

Financieel

Standaard betalingsregeling Belastingdienst voor particulieren

14 juli 2026

Met ingang van 1 juli 2026 hanteert de Belastingdienst in beginsel een standaard betalingsregeling voor particulieren die om uitstel van betaling vragen. Wat houdt dit in?