WNT-norm vanaf 2026 voor alle expatregelingen
Voor de expatregeling gelden strikte voorwaarden. Bij toepassing van de expatregeling (voorheen 30%-regeling) mag in 2026 maximaal 30% van het loon belastingvrij uitbetaald worden.
13 juni 2022
Ondernemers gaan bij hogere winsten meer vennootschapsbelasting betalen en in box 2 worden twee tarieven geïntroduceerd, in plaats van één tarief nu. Deze en andere nieuwe belastingmaatregelen komen uit de plannen van de Voorjaarsnota van 20 mei 2022.
Voorjaarsnota
Vrijdag 20 mei 2022 zond de minister van Financiën de Voorjaarsnota naar de Tweede Kamer. De Voorjaarsnota bevat een bijwerking van de begroting voor 2022 en de plannen voor 2023 en verder. Hieruit kunnen verschillende nieuwe belastingmaatregelen ontleend worden.
Nieuwe belastingmaatregelen vanaf 2023
De belangrijkste aangekondigde nieuwe belastingmaatregelen vanaf 2023 zijn:
Tarieven box 2 en 30%-regeling vanaf 2024
Vanaf 2024 zijn twee tarieven in box 2 aangekondigd: 26% voor de eerste € 67.000 inkomsten per persoon, 29,5% daarboven. Op dit moment geldt één tarief van 26,9%. Daarnaast wordt de 30%-regeling vanaf 2024 beperkt tot de zogenaamde balkenendenorm.
Algemene heffingskorting vanaf 2025
De daling van de algemene heffingskorting is vanaf 2025 niet alleen maar afhankelijk van het inkomen in box 1, maar ook van het inkomen in box 2 en 3.
Meevallers reiskostenvergoeding en zonnepanelen
Naast deze lastenverzwarende maatregelen zijn er ook wat meevallers te melden. Zo vindt de eerder aangekondigde verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding al plaats vanaf 2023. Daarnaast start de afbouw van de salderingsregeling voor de teruglevering van energie van zonnepanelen niet in 2023 maar in 2025 en is vanaf 2023 geen btw meer verschuldigd over de levering en installatie van zonnepanelen op en in de onmiddellijke nabijheid van woningen.
Voor de expatregeling gelden strikte voorwaarden. Bij toepassing van de expatregeling (voorheen 30%-regeling) mag in 2026 maximaal 30% van het loon belastingvrij uitbetaald worden.
Bij het gerechtshof Amsterdam stond de vraag centraal of de Uber-chauffeurs die zich in hoger beroep aan de zijde van Uber schaarden, werknemers zijn.
Stel, een auto wordt tegen een lagere prijs dan de marktwaarde overgedragen van de bv aan een dga. Moet de btw in zo’n geval berekend worden over de lagere prijs of over de werkelijke waarde?