Financieel

Voorlopige aanslagen inkomstenbelasting 2022 nog met volledige box 3-heffing

18 januari 2022

Voorlopige aanslagen inkomstenbelasting 2022 nog met volledige box 3-heffing

De Belastingdienst laat weten dat de gevolgen van het oordeel eind 2021 inzake de box 3-heffing niet verwerkt zijn in de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting 2022 die momenteel worden opgelegd.

Oordeel box 3-heffing
De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 dat het huidige systeem van de box 3-heffing in strijd is met het ongestoord genot van eigendom en het discriminatieverbod in het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM).

Belastingheffing over werkelijk rendement in plaats van forfaitair rendement
De box 3-heffing gaat uit van een zogenaamd forfaitair rendement. Dit rendement wordt geacht hoger te zijn naarmate het box 3-vermogen hoger is. De Hoge Raad acht dit systeem in strijd met het ongestoord genot van eigendom en het discriminatieverbod. De Hoge Raad biedt daarom rechtsherstel door voor in ieder geval de jaren 2017 en 2018 alleen belasting te heffen over het werkelijke rendement in plaats van het forfaitaire rendement.

Voor particulieren met een lager werkelijk rendement dan het forfaitair rendement betekent het oordeel van de Hoge Raad dat de box 3-heffing lager wordt dan volgens het wettelijke systeem.

Nog niet in voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2022
De Belastingdienst denkt momenteel na over hoe zij de gevolgen van het oordeel van de Hoge Raad moet gaan verwerken. Deze gevolgen zijn in ieder geval nog niet verwerkt in de voorlopige aanslagen Inkomstenbelasting 2022 die de Belastingdienst momenteel verzendt. In deze aanslagen houdt de Belastingdienst daarom nog rekening met het forfaitaire rendement.

De Belastingdienst laat op een later moment weten wat de gevolgen van de uitspraak van de Hoge Raad zijn voor het belastingjaar 2022.

Tip!
Als later blijkt dat de voorlopige aanslag te hoog was omdat het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement, dan kan om een verlaging van de voorlopige aanslag verzocht worden. Verzoekt een belastingplichtige niet om verlaging van de voorlopige aanslag, dan vindt herstel in ieder geval plaats bij het opleggen van de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2022.


Ook interessant

Financieel

Rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst bij uurtarief tot € 38

14 juli 2026

De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). Het rechtsvermoeden houdt in dat het vermoeden van een arbeidsovereenkomst wordt aangenomen voor iedereen die voor een ander arbeid verricht tegen een beloning van minder dan € 38 per uur.

Financieel

Definitief geen teruggaaf box 3 2017-2020 voor niet-bezwaarmakers

14 juli 2026

De Hoge Raad heeft op 25 juni 2026 uitgesproken dat niet-bezwaarmakers geen recht hebben op rechtsherstel box 3. Het gaat hier om het rechtsherstel voor de jaren 2017 tot en met 2020 van alle op 24 december 2021 (datum van het Kerstarrest) al onherroepelijk vaststaande aanslagen.

Financieel

Standaard betalingsregeling Belastingdienst voor particulieren

14 juli 2026

Met ingang van 1 juli 2026 hanteert de Belastingdienst in beginsel een standaard betalingsregeling voor particulieren die om uitstel van betaling vragen. Wat houdt dit in?